schrijfproces

In de serie ‘hoe schrijf ik een boek’ is het de hoogste tijd voor een nieuwe tip van de Schrijfprofessor! En die gaat dit keer over het schrijven zelf. Ik overdrijf niet als ik zeg dat een schrijver 95 procent van de tijd dat hij zogenaamd ‘schrijft’, niet aan het schrijven is. ‘Een boek schrijven’ betekent in de praktijk vooral veel nadenken, naar het scherm staren, iets nalezen, uit het raam turen, een boek doorbladeren, etc. Veel aspirant-schrijvers schrikken hier van, en voelen zich schuldig dat ze op een schrijfdag ‘zo weinig aan schrijven toekomen’.
Mijn tip, of eigenlijk mijn geruststellend advies, luidt: maak je hier geen zorgen over. Het is volkomen normaal. Schrijven, dat wil zeggen het daadwerkelijk vormen van woorden en zinnen op een toetsenbord, is altijd maar een heel klein deel van het ‘schrijfproces’. Het meeste schrijven doe je namelijk in je hoofd, niet op papier (anders zou het niet schrijven maar ‘typen’ heten).
Als je er voor het gemak van uitgaat dat je inderdaad maar 5 procent van je schrijftijd echt schrijft, heb je het dus prima gedaan als je in een 8-urige werkdag een half uurtje hebt geschreven. En zelfs met twee vingers kun je in een half uur met gemak 1500 woorden op papier zetten.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.